Auteur: Peter van der Coelen (2012-12-13)
De Meester van Liechtenstein dankt zijn naam aan een groep van minstens elf tekeningen die vroeger werden bewaard in het prentenkabinet van de vorsten van Liechtenstein.1 In 1948 werden de bladen verkocht en in de loop der tijd kwamen zij terecht in verschillende verzamelingen, waaronder de prentenkabinetten van Wenen, Washington, Amsterdam, New York en Chicago. Behalve dit uit Liechtenstein afkomstige ensemble zijn er nog andere tekeningen die aan deze anonieme meester kunnen worden toegeschreven, zodat het totaal uitkomt op rond de twintig bladen.2
Veel van de tekeningen van de Meester van Liechtenstein zijn uitgevoerd op donkerroze of roodachtig geprepareerd papier. Ze zijn gemaakt met de pen in zwarte inkt, met grijze wassingen en witte hoogsels. De composities kennen een verrassend perspectief, sterke contrasten tussen licht en donker en een hoog dramatisch gehalte. De figuren zijn expressief, zowel in houding als in gebaar. Met hun sterk gedraaide lichamen lijken zij nog maar net het evenwicht te weten behouden.
Stilistisch gezien vertonen deze tekeningen duidelijke invloeden van het werk van Pieter Coecke van Aelst, in het bijzonder van diens reeks Moeurs et fachons de faire de Turcz, gemaakt naar aanleiding van een reis naar Turkije in 1533 maar pas gepubliceerd in 1553.3 Andere Nederlandse kunstenaars met wie de Meester van Liechtenstein in verband is gebracht zijn Jan van Scorel, Cornelis Floris en Lancelot Blondeel. Tegelijk is er echter een relatie met de Duitse kunst, bijvoorbeeld de landschappen, met bomen en wolken die vergelijkbaar zijn met voorbeelden van kunstenaars uit de Donauschool.4 Om deze en andere redenen wordt meestal gedacht aan een Nederlandse kunstenaar die werkzaam is geweest in Zuid-Duitsland, wellicht Neurenberg. In die laatste plaats werd een deel van de composities van de Meester door Virgil Solis gekopieerd ten behoeve van een reeks Bijbelillustraties die voor het eerst verscheen in 1560. Deze datum is een belangrijke terminus ante quem. De enige andere zekerheid boden tot nog toe de jaartallen 1549 en 1550 die voorkomen op tekeningen in Amsterdam en München. Het hier voor het eerst gepubliceerde blad in Museum Boijmans Van Beuningen voegt daar het jaartal 1553 en een gedeeltelijke signatuur (‘[…]rger’) aan toe. Tot slot is er een zekere overeenkomst met een ets met het Oordeel van Salomo van de hand van een kunstenaar met monogram SA[F].5
Opvallend is dat het oeuvre van deze meester alleen Bijbelse onderwerpen bevat, zowel bij het Oude als het Nieuwe Testament. Er zijn daarbij dikwijls diverse varianten van eenzelfde voorstelling te vinden. Zo kennen we van hem drie versies van de Aanbidding door de koningen, waar overigens zijn tweede naam aan is ontleend: ‘Meester van de Liechtensteinse Aanbidding.6
Noten
1 Aan de Meester van Liechtenstein zijn drie afzonderlijke artikelen gewijd: Winkler 1963; Benesch 1965; Wegner 1970. Zie verder: Boon 1978, pp. 193-194, nrs. 517-518; H. Geissler in Stuttgart 1979, II, pp. 170-172; J.R. Judson in Washington/New York 1986, pp. 226-227; H. Bevers in München 1989, pp. 54-56, nr. 43; H. Geissler in Stuttgart/Karlsruhe 1989, p. 116, nr. 62; Boon 1992, I, pp. 499-503; Dittrich 1997, p. 48, nr. 15; S. Alsteens in New York/Edinburgh 2009, pp. 86-89, nr. 41.
2 Zie voor de diverse vindplaatsen: Boon 1992, I, pp. 499-500. Het blad uit de voormalige collectie Perman bevindt zich sinds 1999 in Chicago, Art Institute, inv. nr. 1999.683. Een verdere tekening in de collectie Jean Bonna wordt beschreven door S. Alsteens in New York/Edinburgh 2009, pp. 86-89, nr. 41, die ook nog enkele andere bladen noemt (p. 89, n. 3).
3 Hollstein 4.
4 S. Alsteens in New York/Edinburgh 2009, p. 89, wijst erop dat diverse als ‘Duits’ geïnterpreteerde stijlkenmerken ook voorkomen in het werk van kunstenaars die actief waren te Fontainebleau. De watermerken geven nog geen eenduidig beeld, maar wijzen op papier uit Frankrijk en Zuid-Duitsland. Vgl. München 1989, nr. 43; Boon 1992, I, p. 499.
5 Wegner 1970, p. 265. De F in het monogram kan staan voor ‘Fecit’.
6 In Museum Boijmans Van Beuningen werd hij voorheen aangeduid als de Meester van het Liechtensteiner Kabinet.