

'Het depot wordt een prachtig 3D wonder.'
Depot Boijmans Van Beuningen reikt bijna zo hoog als de museumtoren en is ontworpen door Winy Maas van internationaal vermaard architectenbureau MVRDV. Onder zijn leiding richt MVRDV zich niet alleen op ontwerpen, maar ook op onderzoek naar stedelijkheid en landschapsarchitectuur.
De eerste paal is altijd een belangrijk moment voor een architect. Wat was de sfeer toen de eerste paal van het depotgebouw de grond in werd gedraaid?
Dat moment is uitgebreid gevierd. Niet alleen door mij en de directeur van het museum, maar ook door onze teams, de gemeente Rotterdam, alle betrokken adviseurs en de collega’s van de omringende musea. Dit traject is gepaard gegaan met veel emoties en het moment van de eerste paal is daarom uitbundig gevierd. Het is een ‘point of no return’ nu de eerste paal erin is geschroefd. Hoe meer palen erin geschroefd worden hoe beter [lacht].

Heb je het originele schetsje van het ontwerp van het gebouw nog?
Er was niet echt een schetsje. Het was meer een moment dat we met het team aan tafel zaten en we aan het discussiëren waren over wat voor een gebouw het moest gaan worden, rekening houdend met zoveel randvoorwaarden. Eigenlijk was een rond suikerkopje op tafel een eyeopener; dat we een gebouw moesten ontwerpen waar je omheen kon lopen. Dat heeft de komvorm geïnspireerd.
Waarom moest het ontwerp van het gebouw die vorm krijgen?
Het idee voor een rond gebouw werkte ruimtelijk heel goed. Vooral stedenbouwkundig; een rond gebouw heeft een kleinere basis waardoor het fysiek in het park minder ruimte in beslag neemt. En de ronding van het gebouw maakt het gebouw ‘uitnodigend’ omdat je om de hoek kunt kijken.

'De spiegelende gevel zorgt ervoor dat het forse gebouw goed integreert in het Museumpark.
Winy Maas
Waarom is de gevel spiegelend? Speelt het in op de selfiecultuur waarbij mensen zichzelf met in spiegelende kunstwerken fotograferen?
In zekere zin wel, maar de belangrijkste gedachte is een landschapsarchitectonische: Hoe maak je een park groter? In dichtbevolkte gebieden zoals een stad wil je de wereld wat groter maken en de spiegeling kan helpen om dat effect te vergroten. Daarnaast helpt de spiegelende gevel om een fors gebouw te integreren en verzoenen met het museumpark. Het wordt erin opgenomen en de parkruimte wordt als het ware vergroot. Die selfiecultuur zal me een worst wezen, maar het helpt wel. Als je een selfie maakt in dit gebouw, dan fotografeer je jezelf samen met de andere parken, de rozentuin, de schroefsculptuur van Claes Oldenburg, het terras en het kunstwerk op het plein door Pipilotti Rist. Je legt jezelf vast met de omgeving in een gelaagdere, gekkere selfie door de vertekenende kromming in de spiegels. Ik vind het een selfie 2.0.

Is de kromming van de spiegelende gevel de grootste architectonische uitdaging van dit project?
Zeker. Het wordt een prachtig driedimensionaal wonder. We proberen het zo perfect mogelijk te maken en zijn bezig om de ruimte tussen de spiegelpanelen terug te brengen van twintig naar acht millimeter. We willen de gevel bijna naadloos krijgen zoals bij het openbare kunstwerk ‘Cloud Gate’ van Anish Kapoor in het Milleniumpark in Chicago.
Wat vind je van de huidige stedenbouw van Rotterdam en wat voor een rol kan het depot daarin vervullen?
Ik vind dat Rotterdam het zeer intelligent aanpakt. Een stad moet een aantal landmarks hebben dat toeristen trekt, en door de lokale bevolking wordt omarmd en in gebruik wordt genomen. De stad moet voorzien in een caleidoscoop van culturele interesses, sociale behoeftes en opwekken van ‘energie’. Je kunt straks een toer maken langs het Schieblock, een creatieve verzamelplaats met studio’s en semipublieke ruimtes in Rotterdam, vervolgens ga je naar de Markthal, loopt langs het Maritiem Museum, bekijkt de Erasmusbrug en De Rotterdam van Rem Koolhaas en dan naar Museum Boijmans Van Beuningen en het depot. Het zijn plekken die complementair zijn en de stad rijkheid en diepgang gaan bieden. Het maakt de stad breder en interessanter, je bedient meerdere culturen. Je maakt de stad ook minder kwetsbaar, want je kunt verschillende economieën bedienen. Dat is een van de opgaven voor de huidige stedenbouw.
Andere projecten van MVRDV



Hoe gaat het interieur van het depot eruit zien?
In het depot komen vijf verschillende klimatologische ruimtes, omdat de kunstwerken onder verschillende condities bewaard gaan worden. Centraal in het gebouw komt een grote vide waar depotruimtes als een galerij omheen zitten. Dat zijn een soort cellen waarin de kunst veilig is opgeborgen. Het woord ‘cellen’ klinkt wrang, maar die paradox zit er gewoon in. Dat kun je maar beter accepteren en daarmee omgaan. De kunst is om de deuren van die cellen open te stellen. Wat er dan gebeurt is – dat vind ik heel fenomenaal, dat zie je in films als ‘Papillon’ – dat er een soort marktgevoel ontstaat tussen die cellen. Je loopt over de galerij en je kijkt naar wat er gebeurt in de verschillende ruimtes. Het werkt bijna als een kunstbeurs waar je allemaal stands hebt, waar galeriehouders op een aantal vierkante meters werk van hun kunstenaars tentoonstellen. Het is fantastisch dat kunst wordt gedeeld en dat privéverzamelaars hun collecties gaan tonen aan het publiek. Het ontwerp van het gebouw leent zich daar heel goed voor. De discussie rond publieke en private kunst en de opkomst van privémusea is een hele actuele discussie waar het depot een actieve rol in kan gaan vervullen.
Kan architectuur kunst zijn?
Volkomen. Alhoewel, ik denk niet dat een architect ooit een zelfstandig kunstenaar kan zijn, dus waarschijnlijk is het antwoord; niet volkomen maar rakend aan. Ik geloof dat met name conceptuele kunst, een kunstvorm waar het concept belangrijker is dan esthetische afwegingen, een ongelofelijk grote inspiratiebron kan zijn voor architectuur. Een concept achter een gebouw kan mensen stimuleren om over dingen na te gaan denken. Precies wat conceptuele kunst wil doen; het uitdagen van het intellect. Wanneer ik sommige kunstwerken weer opnieuw zie, dan krijg ik een verdiepende ervaring, een beschouwing op de wereld. Ik zie het voor mezelf als een waanzinnige, fantastische opdracht om gebouwen dat ook te laten doen. Slechts één promille van onze architectuur – ook binnen de zogenaamde high-end architectuur – biedt een beschouwing op de wereld. Heel veel architecten zijn daar niet mee bezig, maar voor mij persoonlijk is het een fascinerende kwestie.
Wat vind je van belang bij de uitbreiding van het museum met een nieuw gebouw?
Subliemheid. Musea dagen uit tot een soort culturele intelligentie en hebben een filosofische opgave. Zo moeten we de omgang met musea dan ook beoordelen. Ik denk dat het Rijksmuseum dat heel goed heeft gedaan met het zwart maken van het interieur, bedacht door Jean-Michel Wilmotte. Ik vind dat echt fantastisch! Hoe durf je het te doen? Het is een heel intelligente keuze omdat plotsklaps alles een schatkamer wordt, zelfs de architectuur; geniaal.
Waarom vind je dat geniaal?
Ik verwacht van musea dat ze een rol spelen in het gesprek over de cultuur van de toekomst, wat de functie van vernieuwing daarin is en hoe je die kan neerzetten. Het is heel fijn dat musea architectuur ‘misbruiken’ om dat antwoord te formuleren. Dat daagt mij en andere architecten uit om daar over na te denken. Het scherpt je behoorlijk aan.