:host { --enviso-primary-color: #FF8A21; --enviso-secondary-color: #FF8A21; font-family: 'boijmans-font', Arial, Helvetica,sans-serif; } .enviso-basket-button-wrapper { position: relative; top: 5px; } .enviso-btn { font-size: 22px; } .enviso-basket-button-items-amount { font-size: 12px; line-height: 1; background: #F18700; color: white; border-radius: 50%; width: 24px; height: 24px; min-width: 0; display: flex; align-items: center; justify-content: center; text-align: center; font-weight: bold; padding: 0; top: -13px; right: -12px; } .enviso-dialog-content { overflow: auto; } Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Tiktok Linkedin Back to top
Pinksteren

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Specificaties

Titel Pinksteren
Materiaal en techniek Zwart krijt, pen in zwarte en bruine inkt, kaderlijnen in zwart krijt
Objectsoort
Tekening (recto) > Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 256 mm
Breedte 172 mm
Makers Tekenaar: Anoniem
Werkplaats van: Simon Bening
Inventarisnummer N 124 recto (PK)
Credits Bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen (voormalige collectie Koenigs), 1940
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Vervaardigingsdatum in circa 1500-1520
Signatuur geen
Watermerk geen (vH, 5P)
Conditie diagonale scheur; vochtvlekken, groene inktvlek middenonder; vouw horizontaal in het midden
Inscripties geen
Verzamelaar Franz Koenigs
Merkteken F.W. Koenigs (L.1023a)
Tentoonstellingen Brugge 1949, nr. 52 (naar Gerard David); Londen 1949, nr. 37; Brugge 1998, nr. 67 (toegeschreven aan Alexander of Simon Bening)
Onderzoek Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Literatuur Wescher 1946, pp. 193-194 (Alexander Bening); Pächt 1948, p. 72, nr. 32 (twijfelachtig Meester van Maria van Bourgondië); Biermann 1975, pp. 126-127 (Alexander Bening); Testa 1986, dl. 2, pp. 144, 175; Mundy 1990, p. 68 (onwaarschijnlijk Gerard David); Ainsworth 1998, pp. 40-44, ill. 51, 54 (Alexander of Simon Bening); Ainsworth in Brugge 1998, p. 98, nr. 67; Buck 2001, pp. 256-257 (school van Gent-Brugge, late 15e eeuw); Ainsworth 2002, p. 7 (toegeschreven aan Alexander of Simon Bening); Ainsworth 2003, p. 245; Martens-Mund 2003, pp. 19-22; Ainsworth in New York/Londen 2010, p. 77 (Simon Bening); Gaetani 2011, p. 73 (Alexander Bening); Collection Catalogue 2012 (online)
Materiaal
Object
Plaats van vervaardiging Brugge > België > West-Europa > Europa
Geografische herkomst Zuidelijke Nederlanden > Nederlanden > West-Europa > Europa

Entry bestandscatalogus Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw

Auteur: Judith Niessen

De Passietaferelen op dit dubbelzijdige blad zijn voorbeelden van veelvuldig gebruikte modellen voor schilders en boekverluchters. De tekening op de voorzijde (vaak gepubliceerd als verso en als zodanig opgenomen in de Koenigs collectie) toont Maria omgeven door apostelen onder een gotisch baldakijn. De heilige geest daalt op hen neer. De scène markeert het begin van de verspreiding van de boodschap van Christus door diens leerlingen (Handelingen 2: 1-4). Op de Transfiguratie op de keerzijde (Mattheus 17: 1-13; Marcus 9: 2-13; Lucas 9: 28-36) toont Christus op de berg Tabor zijn goddelijke natuur aan Johannes, Petrus en Jacobus. Links en rechts van Christus zien we Mozes met de tafelen der wet en Elijah, beiden deels in wolken gehuld. Zij symboliseren respectievelijk de oudtestamentische wetten en de profeten. Centraal daarboven spreekt God tot de apostelen: ‘dit is mijn geliefde zoon, luister naar hem’. Onder de indruk van de gebeurtenis en verblind door het licht dat Christus uitstraalt, bedekken de drie leerlingen de ogen met hun handen of hun kleed.

Beide composities zijn door Gerard David, schilders uit zijn omgeving en miniaturisten uit de Gent-Brugse school gebruikt als uitgangspunt voor eigen voorstellingen. De Transfiguratie is bijvoorbeeld met enkele wijzigingen door David herhaald in een schilderij.1 Voor enkele miniaturen dient dezelfde compositie ook als uitgangspunt. Een voorbeeld zijn twee miniaturen in het Mayer van den Bergh breviarium van rond 1500.2 Een verre variant op de voorstelling, in het Beatty rosarium van omstreeks 1540 is toegeschreven aan Simon Bening.3 De compositie is daarnaast vrijwel letterlijk herhaald in een miniatuur uit het Grimani Breviarium van circa 1515, ook aan Bening toegeschreven.4 Ook de Neerdaling van de heilige geest is in datzelfde Breviarium afgebeeld, toegeschreven aan Bening of Gerard Horenbout.5 Benings werkplaats was vermoedelijk ook verantwoordelijk voor een variant op deze voorstelling in het zogenaamde Stockholm-Kassel getijdenboek.6 Tenslotte baseerde een navolger van Gerard David zich rond dezelfde tijd voor een schilderij op deze compositie.7 Uit al deze voorbeelden blijkt wel dat kunstenaars onderling voortdurend voorbeeldmateriaal met elkaar uitwisselden. Gerard David, zelf werkzaam als miniaturist, stond bijvoorbeeld in nauw contact met miniaturisten in zijn omgeving, zoals Simon Bening.8 Bovendien weten we uit archiefmateriaal dat hij modellen in zijn bezit had die door schilders en boekverluchters gebruikt konden worden.9

Meestal worden beide tekeningen toegeschreven aan Alexander of Simon Bening. Dit wordt onderbouwd door de verfijnde manier van tekenen, met korte lijnen en arceringen en gestippelde partijen, die typerend is voor verluchters.10 Ook de veelvuldige herhaling van beide composities in het werk van Bening en zijn omgeving ondersteunen deze toeschrijving. Mogelijk was Simons vader Alexander Bening inderdaad verantwoordelijk voor beide composities.11 De lange figuren, de houdingen en de gewaden komen veelvuldig voor in miniaturen die zijn vervaardigd rond 1480. Dit maakt het aannemelijk dat alletwee de voorstellingen rond die tijd moeten zijn ontstaan.12 Toch is het twijfelachtig of de tekening zelf het prototype is. Beide voorstellingen hebben een nogal stijve ondertekening in zwart krijt, die gedeeltelijk is uitgewerkt door een redelijk getalenteerde hand, zoals goed te zien is bij de zittende man links vooraan in de Pinkstervoorstelling. Vervolgens is de tekening door nog een hand opgewerkt in bruine en zwarte inkt. Deze kunstenaar voegde een bloemetje rechtsonder in de marge van de Neerdaling van de heilige geest toe. Deze hand is beduidend zwakker, zoals zichtbaar in het krukje voor de maagd op de Pinkstervoorstelling, waar het perspectief van de baldakijn ook niet overtuigend is. Mogelijk zijn beide voorstellingen natekeningen uit de werkplaats of omgeving van Simon Bening. De ondertekening in zwart krijt is wellicht het resultaat van overname van een voorbeeld.

Het formaat van het blad is waarschijnlijk nog oorspronkelijk, zoals blijkt uit de brede marges rondom de voorstellingen. Dit is vrij uitzonderlijk. Het blad is immers veelvuldig als voorbeeld gebruikt, zo blijkt uit de beduimelde staat. De tekening laat bovendien zien hoe een gedetailleerde constructie, zoals het baldakijn in de Neerdaling van de heilige geest werd gekopieerd. De rechterhelft daarvan is in deze tekening nauwkeurig uitgewerkt, terwijl linkerhelft alleen de contouren van de ondertekening toont. Bij overbrenging naar een nieuw blad, werd de voorbeeldtekening voor de andere helft van de architectuur dan ook gewoon omgedraaid, zodat aan beide zijden van het baldakijn de detaillering precies overeenkwam.13

De tekening is niet nauwkeurig te dateren. De composities werden namelijk over een langere tijd hergebruikt. De tekenstijl is nauw verwant aan een tekening van de Heilige Lucas in Berlijn van de Gent-Brugse school.14 Ook daar gaat het vermoedelijk om een natekening naar een ouder model. Op basis van stijlkenmerken wordt deze tekening door Buck rond 1500-1520 gedateerd, een ontstaansperiode die op deze twee tekeningen ook goed van toepassing kan zijn.15

Noten

1 Brugge, Onze-Lieve-Vrouwekerk; Ainsworth 1998, p. 41, ill. 53.

2 Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh, inv. nr. 946, Kalendarium: Augustus fol. 5 en Proprium Sanctorum: fol. 506v; Nieuwdorp/Dekeyzer 1997, pp. 19, 74, ill. Over datering en verluchters van dit manuscript, waaronder Gerard David, zie Dekeyzer in Los Angeles/London 2003, pp. 324-325.

3 Dublin, Chester Beatty Library, inv. nr. MS W. 99. Testa 1986, vol. 2, z.p., ill. De veronderstelling dat de Neerdaling van de heilige geest ook de basis vormt voor de voorstelling met hetzelfde thema in het rosarium kan niet worden ondersteund. Ainsworth 2002, p. 7.

4 Venetië, Biblioteca marciana, Cod. Marc. Lat. I, 99, fol. 660v. Salmi/Mellini 1972, nr. 85, ill.

5 Zie voorgaande noot, fol. 205v; Salmi/Mellini 1972, nr. 40, ill.

6 Kassel, Landesbibliothek inv. nr. MS 50, blad 23. Testa 1992, pp. 7-8, 10-11, 14, 74, ill. p. 16.

7 Cambridge (Mass.), Harvard University Art Museums, Fogg Art Museum, inv. nr. 1974.30; Ainsworth 1998, p. 43, ill. 56.

8 Ainsworth 2003, pp. 241-242

9 Dit blijkt uit een verslag van een geschil uit 1519/20 tussen Gerard David en de rondreizende schilder (gezel) Ambrosius Benson. In de werkplaats van Gerard David stonden twee kisten met werkmaterialen, waarvan Benson het eigendom claimde. Bij de beschrijving hiervan worden expliciet modellen vermeld, die zowel door schilders als verluchters gebruikt konden worden: ‘twee coffren of samen consune vele diversche proiectien of patronen/waren angaende de ambochte vande schilders of verlichters […]’. Transcriptie tekst: Van Miegroet 1989, p. 344, nr. 44.

10 Buck 2001, p. 254.

11 Ainsworth 1998, p. 44.

12 Zie voorbeelden in Los Angeles/London 2003.

13 Ainsworth in New York/London 2010, pp. 76-77.

14 Berlijn, Kupferstichkabinett, inv. nr. KdZ 2405; Buck 2001, p. 407, nr. II.3, ill. Buck is van mening dat de drie tekeningen door dezelfde hand gemaakt zijn. Buck 2001, p. 256.

15 Buck 2001, pp. 255-256.

Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker